»

Erratum Studiewijzer Klein Vaarbewijs I & A, vierde druk, ISBN 978 90 814440 9 5

Erratum en aanvullingen

Bladzijde 57
In het BPR gebied moeten alle schepen (met uitzondering van open boten) het BPR aan boord hebben, mag ook in digitale vorm.
Bladzijde 104.
Hier zijn de tekeningen een plaatsje verschoven.
Vraag 34: geen tekening (de tekening hoort bij vraag 35)
Vraag 35: tekening groot schip en klein schip, staat bij vraag 34
Vraag 36: tekening klein motorschip en klein zeilschip, staat bij vraag 35
Vraag 37: tekening groot schip en klein schip, staat bij vraag 36.
Bladzijde 122, tweede regel van boven: ‘Aan boord van een polyester jacht mag je er van uitgaan dat de deviatie van het kompas - als het niet in de buurt van scheepsmetaal of elektronica is opgesteld - gelijk is aan nul.' helemaal doorstrepen.
Bladzijde 131 
Vraag 41, deze vraag vervalt en wordt vervangen door onderstaande vraag.
Je staat op het voordek van een polyester zeiljacht en peilt met het kompas in een verrekijker een kerktoren. De deviatie van het kompas in de verrekijker is:
a. gelijk aan de miswijzing
b. op te zoeken in de stuurtafel
c. onbekend
d. op te zoeken op de kaart
Bladzijde 158.
Vraag 61 vervalt

Extra oefenvragen VB I en VB A 
Aan boord van een schip moet een bijgewerkt exemplaar van het geldige Binnenvaartpolitiereglement aanwezig zijn. Hoe moet dit reglement op ieder moment geraadpleegd kunnen worden?
a. digitaal
b. op papier
c. niet nodig
d. op papier of digitaal

Bij welk van de volgende borden mag een klein motorschip aanleggen?
1 blauw bord met in het midden een witte driehoek met de punt omhoog
2 blauw bord met in het midden een witte driehoek met de punt omlaag
3 blauw bord met in het midden een witte ruit
a. bij het eerste bord
b. bij het tweede bord
c. bij het derde bord
d. geen van alle

Twee motorschepen varen in tegengestelde richting aan stuurboord, het een is een klein schip en het ander is een groot schip met een lengte van 30 meter. Het kleine motorschip loopt door een acuut defect uit zijn roer naar bakboord. Wat moet het grote schip doen?
a.stuurboord blijven varen
b. bakboord gaan varen
c. vaart minderen en gaan bakboord varen.

Je vaart een sluis in met een schip met een linkse schroef en de wind van achterin. Welke lijn breng je bij voorkeur als eerste uit.
a. de voorspring aan stuurboord
b. de achtertros aan stuurboord
c. de voorspring aan bakboord zijde
d. de achtertros aan bakboordzijde

Stelling 1: Met een schip met een ronde achterkant (een spitsgatter) kun je makkelijker op achterspring van de kant wegvaren dan met een vierkant achterschip.
Stelling 2: Bij een schip met een stuurwiel en een hekschroef heb je geen last van het wieleffect.
a.stelling 1 en 2 zijn beiden juist
b. stelling 1 is juist en stelling 2 is onjuist
c. stelling 1 is onjuist en stelling 2 is juist
d. stelling 1 en 2 zijn beiden onjuist

Een motorboot ligt aangemeerd aan bakboordzijde van het vaarwater en wil wegvaren. De stroom komt van voren. De boegschroef wordt gebruikt om de boot vrij te manoeuvreren. Hoe wordt hierbij achterschroef en roer gebruikt?
a. achteruit met roer aan stuurboord
b. achteruit met roer aan bakboord
c. vooruit met roer aan stuurboord
d. vooruit met roer aan bakboord

Een motorschip met rechtse schroef vaart met hoge snelheid een sluis in en wil aan bakboord aanleggen en slaat vervolgens hard achteruit om tot stilstand te komen. De verplaatsende) werking van het opgestuwde water tussen de sluiswand en boot is groter dan de afwijking die veroorzaakt wordt door de schroef (wieleffect).
a. deze stelling is juist
b. deze stelling is niet juist 

Een motorschip met linkse schroef vaart een sluis in en heeft wind van achteren. Welke tros dienst als eerste vastgemaakt te worden?
a. bakboord voortros
b. bakboord achtertros
c. stuurboord voortros
d. stuurboord achtertros

Waar moet u speciaal op letten bij schuimblussers?
a. dat u schuimblussers niet kunt gebruiken in afgesloten ruimtes
b. dat u schuimblussers niet in de zon kunt laten drogen
c. dat u schuimblussers niet kunt gebruiken in de winter, kan bevriezen
d. dat u schuimblussers op de koele plek moet ophangen

Artikel 6.02 RPR
In het RPR geldt het principe dat een klein schip verplicht is aan een ander schip, inclusief een snel schip, de ruimte te laten die het nodig heeft om zijn koers te vervolgen en te manoeuvreren en dat het niet mag verlangen dat het andere schip voor hem uitwijkt.
Deze bewering is:
a. juist
b. gedeeltelijke juist
c. onjuist

VB A

Wat betekent ETA?
a. de verwachte aankomsttijd
b. eerste tijd van aankomst
c. de verwachte vertrektijd
d. de tijdsduur van de tocht

U staat op het voordek van een polyester zeiljacht en peilt met het kompas in een verrekijker een kerktoren. De deviatie van het kompas in de verrekijker is:
a. gelijk aan de miswijzing
b. op te zoeken in de stuurtafel
c. onbekend
d. op te zoeken op de kaart